Monitoring of Returned Minors

Het Monitoring of Returned Minors (MRM) project draagt bij aan een meer duurzame en veiliger terugkeer van minderjarigen. Het project ontwikkelt een monitoringmodel voor de terugkeer van niet-begeleide minderjarigen, op basis van ‘het beste belang van het kind’ criteria van de Verenigde Naties. 

Download:

Het MRM project is een initiatief van HIT Foundation, innovatie platform voor arbeid en migratie, in samenwerking met Micado Migration en Stichting Nidos en ontvangt financiering uit het Europees Terugkeerfonds.

Achtergrond
In het veld van remigratie is beperkt aandacht voor re-integratie en nazorg, en nauwelijks aandacht voor monitoring en evaluatie. Dit is voor minderjarigen extra problematisch, omdat lidstaten bij alle beslissingen rekening dienen te houden met het belang van het kind (VN Kinderrechtenverdrag).

Omdat er nauwelijks wordt gemonitord na terugkeer en omdat er vrijwel geen contact is tussen herkomst- en bestemmingslanden, is het praktisch onmogelijk om goed geïnformeerde beslissingen over de terugkeer van minderjarigen te nemen. Onderzoek wijst uit dat teruggekeerde minderjarigen, o.a. in Kosovo en Albanië, problemen hebben. Recente rapporten van UNICEF en van de Kosova Health Foundation (maart 2012) en van ECRE en Save the Children (december 2011) pleiten voor controlemechanismen en voor een betere integratie van de beste belang van het kind criteria.

Action
HIT Foundation heeft namens de Europese Commissie een onderzoekspilot uitgevoerd om bij te dragen aan meer duurzame en veiliger terugkeer van minderjarigen, door middel van:

  1. Ontwikkelen van controlemechanismen voor teruggekeerde minderjarigen door het interviewen van 150 terugkeerders.
  2. Een kleinschalige pilot die ondersteuning biedt om de situatie te corrigeren wanneer tijdens het project  tekortkomingen zichtbaar worden.
  3. Advies over te gebruiken standaarden voor bijstand aan minderjarige terugkeerders.

Het MRM project is gebaseerd op de aanname dat een monitoringsysteem in staat moet zijn om aan te geven of een individuele terugkeer in het belang van het kind was; om meer structureel te leren en om voor toekomstige terugkeerders uit EU-lidstaten beter geïnformeerde beslissingen in het belang van het kind te nemen. Het model kan vervolgens worden gebruikt om soortgelijke structuren in andere landen op te zetten.